• Nederlands
  • Engels

Is de liefde voor uw bank nog steeds wederkerig?

Op pagina 2 van het Financieel Dagblad van 11 augustus 2020 staat op nummer 1 van de best gelezen artikelen op www.fd.nl het artikel ‘Witwascontroles monden uit in juridische strijd om bankrekeningen’. Dit artikel gaat over de relatie tussen de bank en haar cliënt die wordt beëindigd na witwascontroles en is aanleiding om in deze nieuwsbrief kort terug te kijken naar een aantal van onze eerdere nieuwsbrieven over dit onderwerp.

Als u onze nieuwsbrieven vaker leest, dan weet u dat wij al eerder over dit onderwerp schreven: banken en compliance. We schreven met name over de potentiële gevolgen die de compliance van banken mogelijk voor uw relatie met uw bank kan hebben. Hoewel, het woord ‘potentieel’ lijkt momenteel aan waarde in te boeten. Uit recente artikelen in het Financieel Dagblad volgt dat banken steeds vaker afscheid nemen van hun cliënten. Ook als deze cliënten al jaren beschikken over een actieve bankrekening. De rechter geeft ook steeds vaker deze banken de ruimte om afscheid te nemen van hun cliënt waarbij die bank dan alleen nog voor wat betreft de redelijke termijn waarbinnen de cliënt zijn of haar zaken kan afhandelen, op de vingers wordt getikt.

Het zijn vreemde tijden.

Hoe begrijpelijk het ook is en blijft dat een bank tussen twee vuren zit – namelijk De Nederlandsche Bank (DNB) aan de ene kant en de jarenlange relatie met de cliënt aan de andere – de toon wordt er niet vriendelijker op. Vaak is een gesprek met een medewerker van een bank – in eerste instantie – nog wel vriendelijk van toon, maar al snel blijkt dat de bank op korte termijn duidelijkheid wil over transacties die soms al zes jaar geleden hebben plaatsgevonden. Komt die duidelijkheid er niet snel genoeg, dan is de spreekwoordelijke toon gezet en wordt diezelfde jarenlange cliënt benaderd als ware dit een grote crimineel.

Op 19 augustus 2019 schreven we voor het eerst over de bank als fiscaal controleur. We schreven over het beleid dat banken moeten hebben en dat zij moeten beschikken over voldoende kennis en mankracht om de fiscale risico’s te kunnen beoordelen. Ook schreven we over de vraag hoe cliënten de bank ervan kunnen overtuigen dat in hun geval geen onaanvaardbare fiscale risico’s worden gelopen. En stelden we de vraag hoe een bank de juistheid van de fiscale adviezen kan beoordelen. We gaven aan dat dit alles ertoe kan leiden dat banken bij de geringste twijfel cliënten gaan weigeren. En dat terwijl er helemaal niet iets aan de hand te hoeft zijn, alleen het vermoeden of onzekerheid over de fiscale situatie kan al aanleiding zijn voor een bank om actie te ondernemen.

Vervolgens schreven we op 16 september 2019 dat ook wij in onze praktijk zien we dat cliënten ervaren dat zij een brief ontvangen van hun bank waarin wordt aangegeven dat er ongewone zaken op een bepaalde rekening zijn geconstateerd en dat dit, meestal na een gesprek, toch reden is om afscheid te nemen van de betreffende relatie. We gaven aan dat het Nederlandse bankwezen onder druk van toezichthouder DNB met een stofkam door haar portefeuille aan het gaan is en dat dit een begrijpelijke stap is als gevolg van de ING-zaak. Daar komt bij dat sommige banken hun bestaande cliënten al jaren niet hebben doorgelicht. Waar het echter om gaat is dat de banken niet doorslaan, waardoor een cliënt die te goeder trouw handelt, de dupe wordt.

De open normen die toezichthouder DNB voorschrijft, zorgen ervoor dat banken een eigen beleid maken dat, onder druk van diezelfde toezichthouder, te streng is. Zo lijkt belastingoptimalisatie ineens te worden gelijkgesteld met verboden belastingontduiking en dat is natuurlijk een onwenselijke situatie. In hetzelfde Financieel Dagblad van 11 augustus 2020 staat op pagina 25 een artikel van Leo Stevens (emeritus hoogleraar fiscale economie, Erasmus Universiteit Rotterdam) met als titel: ‘Verwar belastingontwijking niet met belastingontduiking’. In dat artikel schrijft hij dat het zelfs binnen de rechtszaal soms nog lastig is om belastingontwijking en belastingontduiking van elkaar te onderscheiden. Dit toont aan dat de problematiek niet zo simpel is als dit lijkt. En dat het zelfs voor technisch onderlegde deelnemers aan deze discussie (zoals rechters) niet zo makkelijk is. Laat staan voor een bankier die voor een ander vak heeft gekozen dan dat van fiscalist of toezichthouder.

In zijn column voor het tijdschrift Ondernemingsrecht (2020, aflevering 11) schreef Arnaud Booij al dat klanten van banken de komende tijd nog geregeld met onbegrip zullen reageren op vragen en besluiten van de bank zolang het die klanten niet duidelijk is wat het beleid is van een bank en hoe zij daarop kunnen anticiperen. Pas wanneer dat laatste het geval is, zal de rust wederkeren.

In de tussentijd blijven wij de ontwikkelingen in de gaten houden!

Heeft u vragen over dit onderwerp of bent u momenteel in een gelijksoortige discussie verwikkeld met uw bank? Neem dan contact met ons op via info@booijbikkers.nl of 085 20 30 950.

 

***